Contactformulier

Stuur een email

 Ontvang de E-zine

Bel

Adidas wint strepenstrijd van H&M

24-11-2017

Na twintig jaar is er een einde gekomen aan de strepenstrijd tussen Adidas en H&M. Modeketen H&M maakt volgens de rechtbank Den Haag met het gebruik van het twee-strepenteken op sportkleding inbreuk op het drie-strepenmerk van Adidas. Adidas treedt al jaren hard op tegen elk gebruik van haar drie-strepenmerk, onder meer tegen Forever 21, Puma, FC Barcelona en Tesla.

Sinds begin jaren ’70 is Adidas merkhouder van verschillende Benelux beeldmerk- en internationale registraties van de iconische drie verticale strepen:

In 1997 constateert Adidas dat H&M sportkleding onder de naam ‘Work out’ verkoopt, met op de mouw en zijkant van de broek twee parallelle verticale witte strepen (zie onderstaande afbeelding).

 

Adidas meent dat met het gebruik van deze twee strepen inbreuk op haar merkrechten wordt gemaakt. Via een hoger beroep, een gang bij de Hoge Raad en zelfs het Hof van Justitie EU, is Adidas nu definitief in het gelijk gesteld. 

Drie-strepenmerk en onderscheidend vermogen
De rechtbank kwalificeert de drie strepen van Adidas als ‘drie-strepenmerk’, doordat de beeldmerken bestaan uit een motief van 8 onderscheidende bestanddelen, te weten:

  1. (i) drie
  2. (ii) verticaal
  3. (iii) parallel lopende strepen
  4. (iv) van gelijke breedte
  5. (v) waarbij de tussenruimte tussen de strepen visueel min of meer gelijk is aan de breedte van de strepen
  6. (vi) de strepen zijn uitgevoerd in dezelfde
  7. (vii) met de basiskleur van het kledingstuk contrasterende kleur
  8. (viii) de strepen zijn telkens aangebracht over de gehele lengte van de zijkant van de schouders, mouwen, zijnaden en/of broekspijpen van een kledingstuk

Door het ingebrachte bewijs (onder meer catalogi, overzicht van sponsoractiviteiten, verkoopgegevens, gegevens van marketingbudget en marktonderzoeken) is aangetoond dat het drie-strepenmerk groot onderscheidend vermogen heeft verkregen en vanwege bekendheid bij een aanmerkelijk gedeelte van het publiek kan worden aangemerkt als een zogenaamd ‘bekend merk’. Dit heeft onder meer tot gevolg dat de beschermingsomvang ruimer is dan van niet-bekende merken. De merkhouder van een bekend merk kan namelijk ook optreden tegen een derde die het teken gebruikt indien de derde ongerechtvaardigd voordeel trekt of afbreuk doet aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk, ongeacht voor welke producten of diensten het teken wordt gebruikt.

Merkenvergelijking
In het Benelux en EU merkenrecht geldt dat de houder van een merkregistratie (onder meer) bezwaar kan maken tegen het jonger gebruik van een overeenstemmend teken voor soortgelijke waren en/of diensten indien daardoor verwarring kan ontstaan bij het publiek. Bij de beoordeling of er sprake is van overeenstemming wordt gekeken naar de visuele, auditieve en begripsmatige gelijkenis tussen de betrokken merken. Het gaat dan om de totaalindruk die de merken bij de gemiddelde consument genereren, waarbij de onderscheidende en dominante kenmerken van de merken vooral in aanmerking worden genomen.

Naast de overeenstemming van tekens wordt beoordeeld in hoeverre er sprake is van soortgelijkheid tussen de betrokken waren en/of diensten. Indien zowel sprake is van overeenstemming van merken als van soortgelijkheid van waren en/of diensten, ligt verwarring bij het relevante publiek op de loer en zal de houder van de oudere registratie kunnen optreden tegen het gebruik en de registratie van het jongere merk.

Overeenstemming
Er bestaat volgens de rechtbank een grote mate van visuele overeenstemming tussen de merken, gezien het feit dat het twee-strepenteken zeven van de acht bovenstaande kenmerken van het drie-strepenmerk bevat. Het enige verschil is dat het gaat om twee strepen in plaats van drie. Dit is volgens de rechtbank echter geen wezenlijk verschil dat opweegt tegen de punten van overeenstemming en de totaalindruk van het merk. Het gaat daarnaast in dit geval om soortgelijke waren.

Uit marktonderzoek dat door beide partijen is ingebracht blijkt verder een significante herkomstverwarring (respectievelijk 24% en 34% van de respondenten meent dat het twee-strepenteken afkomstig is van Adidas). De lijnbreedte en tussenruimte van de strepen verschilt enigszins, maar is niet van belang, nu het relevante publiek volgens de rechtbank deze minieme verschillen niet zal opmerken. Het feit dat de registraties van Adidas bestaan uit zwart-wit tekeningen en H&M het teken op kleurrijke kleding gebruikt is eveneens niet relevant, nu uit de registraties van Adidas niet is op te maken dat zij zich heeft willen beperken tot zwart-wit contrastgebruik.

Conclusie
De grote mate van overeenstemming en onderscheidend vermogen van het drie-strepenmerk in combinatie met de significante herkomstverwarring leidt tot de conclusie dat sprake is van direct of indirect verwarringsgevaar tussen beide tekens. H&M dient iedere inbreuk op het drie-strepenmerk te staken (inclusief gebruik van de acht onderscheidende kenmerken). Dit zal niet de laatste keer zijn dat Adidas optreedt op grond van haar drie-strepenmerk. Consequente handhaving jegens derden is essentieel, om verwatering van het onderscheidend vermogen te voorkomen.

Myrthe Pardoen
Competence Centre Novagraaf