Contactformulier

Stuur een email

 Ontvang de E-zine

Bel

Auteursrecht op smaak – het Hof van Justitie EU op de proef gesteld

30-05-2017

Al gedurende lange tijd is er discussie of smaakbescherming via het auteursrecht mogelijk is. Het Hof Arnhem-Leeuwarden heeft in dit kader onlangs prejudiciële vragen gesteld aan de hoogste Europese rechter, over de vraag of smaak in aanmerking komt voor auteursrechtelijke bescherming.

De werktoets in het auteursrecht
Een werk komt voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking wanneer het een eigen oorspronkelijk karakter heeft en persoonlijk stempel van de maker draagt. Dat houdt onder meer in dat het werk niet ontleend mag zijn aan een ander werk en dat banale en triviale elementen van auteursrechtbescherming zijn uitgesloten. Vereist is dat een werk het resultaat is van scheppende menselijke arbeid waarbij bewuste, creatieve keuzes gemaakt moeten zijn. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft deze drempel nader gespecificeerd en formuleert de maatstaf als “een eigen intellectuele schepping” van de maker. De auteursrechtelijke werktoets blijkt complexer te zijn wanneer het gaat om elementen als geur of smaak.

Auteursrecht op smaak?
De vraag of smaak in aanmerking komt voor auteursrechtbescherming is voor komen te liggen door verschillende rechtszaken die zijn gestart door Levola, producent van de smeerdip ‘Heksenkaas’. De rechtbank Gelderland kwam in haar oordeel niet toe aan de werktoets, omdat was nagelaten nader te definiëren welke (combinatie van) elementen van de smaak zouden leiden tot het halen van de werktoets. De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag oordeelde in een beslissing op een beslagverzoek in een andere zaak dat auteursrecht op smaak mogelijk is. Dit oordeel kwam in navolging van een arrest van de Hoge Raad uit 2006 waarin was geoordeeld dat een geur in aanmerking kan komen voor auteursrechtelijke bescherming, mits voldaan is aan de overige beschermingscriteria.

Eerder deze maand kwam de rechtbank Den Haag in de kwestie over ”Heksenkaas” tot een ander oordeel. Het zou zeer voor de hand liggen om aan roomkaas knoflook en kruiden toe te voegen. Daarmee was de smaak niet verrassend genoeg om door het auteursrecht te kunnen worden beschermd. Een smaaktest door de rechters leidde tot de conclusie: “Dat de smaak van Heksenkaas, die door de rechtbank wordt omschreven als romig, eerder vettig dan kazig, zoet met een prominente look smaak, anders is dan op basis van de ingrediënten verwacht zou mogen worden, waaruit wellicht creativiteit van de keuzes van [eiser] zou kunnen voortvloeien, heeft de rechtbank niet kunnen vaststellen”.

Prejudiciële vragen
Het hof Arnhem-Leeuwarden heeft in deze zaak nu uitleg gevraagd aan het Hof van Justitie door het stellen van prejudiciële vragen. De vragen komen, kort gezegd, op het volgende neer:

  • Verzet Unierecht zich ertegen dat de smaak van een voedingsmiddel – als eigen intellectuele schepping van de maker – auteursrechtelijke bescherming toekomt?
  • Indien het antwoord daarop bevestigend luidt, aan welke vereisten dient dan te worden voldaan?

Lees de volledige vragen hier. Met het beantwoorden van deze vragen zal, in aanvulling op eerdere rechtspraak, (hopelijk) meer duidelijkheid worden verkregen over de reikwijdte van de auteursrechtelijke werktoets in het kader van smaakbescherming. Tot die tijd valt over smaak nog steeds te twisten!

Myrthe Pardoen
Competence Centre Novagraaf Nederland