Contactformulier

Stuur een email

 Ontvang de E-zine

Bel

Gebruik ‘Royal’ in handelsnaam Royal Dutch Holding misleidend

08-01-2018

De kantonrechter in Den Haag heeft onlangs geoordeeld dat het bedrijf Royal Dutch Holding haar handelsnaam dient te wijzigen, vanwege het misleidende gebruik van de term ‘Royal’ zonder daartoe gerechtigd te zijn.

De zaak werd gestart door Sigillis Regiis Praesidio, een stichting die de intellectuele en andere (eigendoms)rechten van het Koninklijk Huis behartigt. De stichting stelt dat de onderneming Royal Dutch Holding een misleidende handelsnaam voert door gebruik van de (vertaalde) beschermde term ‘Koninklijk’. De Handelsnaamwet verbiedt misleiding ten aanzien van aard, karakter, betekenis of voortbrengselen van de onderneming.

Predicaat ‘Koninklijk’
De term ‘Koninklijk’ mag slechts in een handelsnaam worden opgenomen indien een onderneming het zogenaamde Predicaat ‘Koninklijk’ heeft verworven, een onderscheiding die de Koning bij wijze van respect en waardering kan verlenen aan verenigingen, stichtingen, instellingen of grote ondernemingen. Om dit predicaat te verkrijgen dient aan een aantal strikte eisen te worden voldaan. De onderneming dient:

  • i. zeer belangrijk te zijn in zijn vakgebied;
  • ii. minstens 100 jaar te bestaan;
  • iii. minstens 100 werknemers in dienst te hebben;
  • iv. aantoonbaar stabiel te zijn en een goede financiële reputatie te hebben; en
  • v. een onberispelijke bedrijfsvoering te hebben met bestuurders en commissarissen van onbesproken gedrag;
  • vi. zich als Nederlands bedrijf te manifesteren.

Bedrijven die het predicaat ‘Koninklijk’ mogen voeren, zijn bijvoorbeeld Koninklijke Ahold, Koninklijke Philips en Koninklijke PostNL. Sommige ondernemingen voeren de Engelse vertaling van Koninklijk in hun handelsnaam zoals KLM Royal Dutch Airlines en Royal Dutch Shell.

Gebruik ‘Royal’ valt onder gebruik Predicaat ‘Koninklijk’
Royal Dutch Holding heeft nooit het Predicaat ‘Koninklijk’ verkregen en voldoet niet aan bovengenoemde eisen. Zij is daarmee niet gerechtigd dit predicaat in haar handelsnaam te voeren. Door het gebruik van de term ‘royal’ zou het publiek ten onrechte kunnen veronderstellen dat het bedrijf het predicaat heeft verworven, dat is voorbehouden aan ondernemingen die toestemming daartoe van de kroondrager hebben ontvangen.  

Royal Dutch Holding stelt daartegen dat bovenstaande slechts geldt voor gebruik van het predicaat in het Nederlands en dat zij derhalve slechts zou kunnen worden aangesproken op de handelsnaam ‘Koninklijke Nederlandse houdstermaatschappij’, maar niet op de Engelse variant daarvan. De rechtbank gaat hier niet in mee. In de huidige geïnternationaliseerde Nederlandse samenleving is het gebruik van de Engelse taal zo gebruikelijk geworden dat het publiek ‘Koninklijke Nederlandse’ en ‘Royal Dutch’ niet snel zal onderscheiden. De kantonrechter oordeelt dat de huidige handelsnaam zodanig dient te worden gewijzigd dat de aanduiding ‘Royal’ in de handelsnaam komt te vervallen.

Voor advies over de beschikbaarheid van een handelsnaam, kunt u contact opnemen met een van onze consultants.

Myrthe Pardoen
Competence Centre Novagraaf