Contactformulier

Stuur een email

 Ontvang de E-zine

Bel

Familienaam in handelsnaam? Let op bij overdracht van de onderneming

21-08-2017

In een recente rechtszaak was het onderwerp van geschil een handelsnaam die de familienaam van de oprichter van de onderneming bevatte. Na overdracht van de onderneming aan een derde partij, ontstond een geschil tussen de nieuwe eigenaar van de onderneming en de zoon van de oprichter van het eerdere familiebedrijf die zijn familienaam wenste te gebruiken voor zijn eigen onderneming.

Verwarringsgevaar in het handelsnaamrecht
In het handelsnaamrecht wordt uitgegaan van het principe dat de oudere rechtmatig gevoerde handelsnaam bescherming geniet ten opzichte van de jongere identieke dan wel overeenstemmende handelsnaam, indien mede gelet op de aard en de plaats van vestiging van de beide ondernemingen verwarringsgevaar bij het publiek valt te duchten. Er kan een beroep worden gedaan op (artikel 5 van) de Handelsnaamwet indien aan de volgende punten is voldaan:

  1. Er dient sprake te zijn van een handelsnaam;
  2. De handelsnaam werd op een eerder moment rechtmatig gevoerd;
  3. Bij het publiek kan, gezien de aard van beide ondernemingen en de plaats waar zij gevestigd zijn, verwarring ontstaan tussen beide ondernemingen.

Bij de beoordeling van het verwarringsgevaar zijn onder meer de volgende factoren van belang:

  • De vergelijking dient in het geheel plaats te vinden, waarbij naar de meest kenmerkende delen wordt gekeken;
  • De namen dienen identiek te zijn of in zo geringe mate van elkaar af te wijken, dat er gevaar voor verwarring ontstaat bij het publiek;
  • De plaats van vestiging, meer specifiek de werkingssfeer van de ondernemingen;
  • De aard van de ondernemingen: indien beide ondernemingen zich in dezelfde tak van handel of industrie bewegen en zich tot dezelfde doelgroep richten, is er sneller sprake van verwarringsgevaar.

De kwestie
De zaak ging over een familiebedrijf dat zich bezighoudt met het uitvoeren van sloopwerk, infrastructurele werken en bodem- en asbestsanering. Het bedrijf is in de jaren ‘90 opgericht door de vader van gedaagde onder de handelsnaam ‘[naam] Grond en Sloopwerken’. In 2012 is de onderneming overgedragen aan een derde partij inclusief de bijbehorende handelsnaamrechten. De zoon van de oprichter is vijfentwintig jaar in dienst geweest bij zijn familiebedrijf en start na beëindiging van zijn dienstverband een eigen onderneming onder dezelfde handelsnaam als die van het familiebedrijf (en dus onder zijn eigen achternaam). De nieuwe eigenaar vordert daarop (onder meer) een inbreukverbod op grond van zijn handelsnaamrechten.

Oordeel voorzieningenrechter
De voorzieningenrechter wijst de verbodsvordering voor het gebruik van de handelsnaam toe. Bij de beoordeling is van belang dat beide handelsnamen bestaan uit de elementen ‘[naam]’ en ‘Grond en Sloopwerk’. Daarnaast zijn beide ondernemingen in aangrenzende gemeenten gevestigd. Door deze omstandigheden wordt verwarringsgevaar bij het daarvoor in aanmerking komende publiek aannemelijk geacht. Dat het om de achternaam van gedaagde gaat, speelt daarbij geen rol.

Uit deze uitspraak volgt dat oplettendheid is geboden bij gebruik en overdracht van een handelsnaam met familienaam, zeker wanneer er (jongere) familieleden in de branche actief blijven of de ambitie hebben actief te worden.

Voor advies over de beschermingsomvang van een handelsnaam, en de aanvullende bescherming door de handelsnaam als merk te deponeren, kunt u contact opnemen met een van onze consultants.

Myrthe Pardoen
Competence Centre Novagraaf