Contactformulier

Stuur een email

 Ontvang de E-zine

Bel

Hof van Justitie EU: sojamelk = geen melk!

26-06-2017

Het overstappen op een (puur) plantaardig dieet is onder bepaalde doelgroepen een ware trend te noemen, hetgeen terug te zien is in de supermarktschappen waarin producten die passen binnen een dergelijk dieet in steeds ruimer assortiment verkrijgbaar zijn. Binnenkort zal het publiek echter moeten wennen aan nieuwe benamingen voor producten als amandelmelk, sojayoghurt, tofuboter en rijstroom. Het Hof van Justitie EU heeft onlangs namelijk beslist dat voor producten met een puur plantaardige oorsprong geen gebruik gemaakt mag worden van zuivelbenamingen. Een beslissing die van belang is voor producenten en retailers van dergelijke plantaardige producten!

De uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (“Hof van Justitie EU”) betreft een geschil tussen VSW, een Duitse vereniging die zich bezighoudt met het tegengaan van oneerlijke mededinging en TofuTown, een onderneming die zuiver plantaardige producten produceert en distribueert en daarbij onder meer de benamingen tofuboter, plantenkaas, Veggie-Cheese en Cream gebruikt. VSW acht deze benamingen in strijd met mededingingsregels en wendde zich tot de rechter.

In de uitspraak worden de prejudiciële vragen beantwoord die in dit geschil zijn gesteld door de Duitse rechter. Een prejudiciële vraag is een rechtsvraag van een rechter aan een hoger gerecht (bijvoorbeeld van de Hoge Raad der Nederlanden aan het Hof van Justitie EU), betreffende de uitleg van een rechtsregel. In dit geval heeft de Duitse rechter prejudiciële vragen gesteld over (kort gezegd) hoe de definities van melk en melkproducten in bijlage VII, deel III bij de ‘Verordening tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten’ dienen te worden uitgelegd.

Het Hof van Justitie EU maakt duidelijk dat het wettelijk niet toegestaan is de benaming ‘melk’ en ‘benamingen die uitsluitend aan zuivelproducten zijn voorbehouden’ te gebruiken om een zuiver plantaardig product aan te duiden, tenzij dat product is vermeld op een lijst met uitzonderingen. De uitzonderingen zijn kort gezegd van toepassing op producten waarvan voor de consument direct duidelijk zou zijn dat het geen zuivel- maar een andersoortig product betreft. Uitgezonderd zijn bijvoorbeeld boterbonen, kokosmelk, cacaoboter en pindakaas.

Alhoewel mijns inziens discutabel is of de consument direct begrijpt dat bij het maken van bijvoorbeeld cacaoboter geen zuivel wordt gebruikt, staat in ieder geval vast dat de beslissing gevolgen zal hebben voor de (plantaardige) voedingsbranche en de consument binnenkort geconfronteerd zal worden met nieuwe benamingen voor amandelmelk, sojayoghurt, tofuboter en rijstroom.

Frouke Hekker
Competence Centre