Contactformulier

Stuur een email

 Ontvang de E-zine

Bel

Merkaanvraag KHAMA geweigerd na oppositie HAMA

14-11-2017

De merkhouder van het merk HAMA heeft met succes oppositie gevoerd tegen de aanvraag van het Uniewoord-/beeldmerk KHAMA. De Kamer van Beroep van het EU Merkenbureau oordeelde dat het woordmerk HAMA en het woord-/beeldmerk KHAMA zowel visueel als auditief overeenstemmen. Doordat het merk HAMA en het teken KHAMA zijn geregistreerd respectievelijk zijn aangevraagd voor soortgelijke waren en diensten, is sprake van verwarringsgevaar.

Hama versus Khama
De Duitse onderneming Hama GmbH & Co. KG heeft sinds 2009 een Duitse registratie voor het woordmerk HAMA en sinds 2010 een internationale registratie met aanwijzing van de EU voor het woord-/beeldmerk HAMA, beiden ingeschreven voor verscheidene waren en diensten, waaronder meubels, textiel en retaildiensten.

In juli 2015 werd door de Spaanse onderneming Euroinversiones Arabi, S.L. bescherming aangevraagd voor het hieronder getoonde woord-/beeldmerk KHAMA voor onder meer bedden en beddengoed, waarop Hama oppositie indiende op grond van verwarringsgevaar.

Merkenvergelijking
In het Benelux en EU merkenrecht geldt dat de houder van een merkregistratie (onder meer) bezwaar kan maken tegen het jonger gebruik van een overeenstemmend teken voor soortgelijke waren en/of diensten indien daardoor verwarring kan ontstaan bij het publiek. 

Bij de beoordeling of er sprake is van overeenstemming wordt gekeken naar de visuele, auditieve en begripsmatige gelijkenis tussen de betrokken merken. Het gaat dan om de totaalindruk die de merken bij de gemiddelde consument genereren, waarbij de onderscheidende en dominante kenmerken van de merken vooral in aanmerking worden genomen.

Naast de overeenstemming van tekens wordt beoordeeld in hoeverre er sprake is van soortgelijkheid tussen de betrokken waren en/of diensten. Indien zowel sprake is van overeenstemming van merken als van soortgelijkheid van waren en/of diensten, ligt verwarring bij het relevante publiek op de loer en zal de houder van de oudere registratie kunnen optreden tegen het gebruik en de registratie van het jongere merk. Op grond van jurisprudentie geldt dat verwarringsgevaar ook kan worden aangenomen indien het relevante publiek in de veronderstelling zou kunnen zijn dat de betrokken producten of diensten van dezelfde of van een verbonden onderneming afkomstig zijn.

Lees in onze Minicursus Merkbescherming meer over de beschermingsomvang van merken.

Beoordeling Kamer van Beroep
In haar recente beslissing oordeelt de Kamer van Beroep van het EU merkenbureau als volgt:

  • Wanneer een teken uit zowel een woord- als een beeldelement bestaat, geldt op grond van standaardjurisprudentie dat het woordelement meer onderscheidend vermogen toekomt dan het beeldelement. Dat is in dit geval niet anders omdat, ondanks de gestileerde H, de relevante (Duitse) consument het teken voornamelijk zal percipiëren als het woord ‘Khama’;
  • In visueel opzicht zijn het oudere merk en het aangevraagde teken overeenstemmend omdat het 4 dan wel 3 letters (voor dat gedeelte van het publiek dat de H niet als een H percipieert, maar als een bed) overeenkomen;
  • Auditief stemmen merk en teken met elkaar overeen voor wat betreft ‘Hama’ of ‘Ama’. Volgens jurisprudentie hebben terugkerende identieke klinkers (A-A) een sterke invloed op de auditieve gelijkenis tussen tekens vanwege het vergelijkbare ritme en de intonatie. Bovendien leidt in het Duits de uitspraak van de letter 'K' en de letter 'H', niet tot een sterk auditief verschil. De auditieve overeenstemming is derhalve bovengemiddeld;
  • Ondanks dat over het algemeen door de consument  meer aandacht wordt geschonken aan de beginletter  van een merk en merk en teken in dit geval met verschillende medeklinkers beginnen, heft dit de visuele en auditieve overeenstemming niet op;
  • In aanmerking genomen dat in de jurisprudentie is bepaald dat de gemiddelde consument niet in staat is verschillende details van een merk te onthouden, is het in dit geval aannemelijk dat de relevante consument zou kunnen denken dat de betrokken waren en diensten van dezelfde of van een verbonden onderneming afkomstig zijn, met dien verstande dat in dit geval sprake is van soortgelijke dan wel identieke waren en diensten.

De Kamer van Beroep is derhalve van oordeel dat de verschillen tussen het oudere merk en het jongere teken niet voldoende zijn om verwarringsgevaar uit te sluiten en bevestigt de beslissing van de oppositieafdeling  ten aanzien van het aangevraagde teken.

Advies?
Indien u advies wenst met betrekking tot (het instellen van oppositie tegen) nieuwe merkaanvragen die mogelijk verwarring wekken met uw merk: neem gerust contact op met onze consultants.

Frouke Hekker
Competence Centre Novagraaf