Contactformulier

Stuur een email

 Ontvang de E-zine

Bel

Politieke partij “Artikel 1” dient naam te wijzigen

26-06-2017

De rechtbank Amsterdam heeft onlangs in kort geding beslist dat Sylvana Simons met gebruik van partijnaam Artikel 1 inbreuk maakt op het merkrecht “Art. 1” van Stichting Expertisecentrum Discriminatie (SED). De partij van Simons heeft een maand de tijd gekregen om haar naam te wijzigen.

SED is een onderzoeksinstituut dat zich richt op het “ondersteunen en bevorderen van de effectieve preventie en bestrijding van discriminatie”. Een van haar handelsnamen is Art. 1. SED is sinds juli 2007 merkhouder van het hiernaast weergegeven Benelux-beeldmerk ingeschreven voor (onder meer) het geven van maatschappelijke en politieke voorlichting over discriminatie en het ontwikkelen en realiseren van sociaal-maatschappelijk beleid tegen discriminatie. Daarnaast heeft SED op 30 december 2016 het Benelux-woordmerk “ARTIKEL 1” gedeponeerd.

Sylvana Simons richtte in december 2016 politieke partij “Artikel 1” op met als doelstelling “op te komen voor alle Nederlanders op basis van het gelijkheidsbeginsel opgenomen in artikel 1 van de Grondwet. De vereniging zet zich actief in om discriminatie aan te pakken middels het ontwikkelen en ondersteunen van maatschappelijke en politieke activiteiten.”

SED was van mening dat Artikel 1 inbreuk maakt op haar merkrechten en startte om die reden een kort geding. Vanwege de soortgelijkheid van de diensten en de visuele, auditieve en begripsmatige overeenstemming tussen haar beeld- en woordmerk en de door Artikel 1 gebruikte naam zou volgens SED verwarring kunnen ontstaan over haar onafhankelijke positie.    

Merkinbreuk
Er wordt geoordeeld dat het woordmerk van SED en de partijnaam Artikel 1 visueel, auditief en begripsmatig overeenstemmen. De begripsmatige overeenstemming ligt daarin begrepen dat beide partijen verwijzen naar artikel 1 van de Grondwet. Daarnaast worden door beide partijen soortgelijke diensten aangeboden, namelijk de aanpak van discriminatie. Dat daarbij de insteek enigszins verschilt is volgens de voorzieningenrechter van ondergeschikt belang. Het is aannemelijk dat het publiek de Stichting en de politieke partij met elkaar kan verwarren, waardoor het voor het vaststellen van merkinbreuk vereiste verwarringsgevaar aanwezig is.

Afbreuk aan reputatie en onafhankelijkheid
Daarnaast zou in een bodemprocedure kunnen worden geoordeeld dat met het gebruik van het teken Artikel 1 ten behoeve van een politieke partij afbreuk kan worden gedaan aan de reputatie van Art. 1 als onafhankelijk onderzoeksinstituut, gezien het argument van SED dat een politieke partij er in beginsel op is gericht haar eigen idealen te verwezenlijken. SED heeft een reëel en gerechtvaardigd belang dat geen verwarring ontstaat over haar onafhankelijke positie.

Belangenafweging
Tot slot weegt de rechter de belangen van beide partijen tegen elkaar af, in het voordeel van SED. Een veroordeling tot naamswijziging zal voor Artikel 1 ingrijpende gevolgen hebben, maar in dit geval gaat de merkenrechtelijke bescherming van SED toch voor. De voorzieningenrechter concludeert dat de naam Artikel 1 binnen een maand gewijzigd dient te worden en dat elk gebruik dient te worden gestaakt en gestaakt te worden gehouden. Inmiddels heeft Artikel 1 naar buiten gebracht te berusten in het vonnis en op zoek te gaan naar een andere naam.

Myrthe Pardoen
Competence Centre Novagraaf