- Merken en modellen
- Merken en modellen
- Merkstrategie & beheerPortefeuillestrategie
- MerkbeschikbaarheidsonderzoekScreening & clearance
- MerkregistratieMerkbescherming
- Bewaking en inbreukWereldwijde monitoring
- Monitoring en handhavingOnline & offline
- Vernieuwingen en registerwijzigingenVerlengingen & wijzigingen
- Merkstrategie & beheer
- IE-consultancyAudits, licenties, M&A
- MKB & Start-upsGerichte ondersteuning
- IE-consultancy
- Octrooien
- Oplossingen
- Merken en modellen
- Merken en modellen
- Merkstrategie & beheerPortefeuillestrategie
- MerkbeschikbaarheidsonderzoekScreening & clearance
- MerkregistratieMerkbescherming
- Bewaking en inbreukWereldwijde monitoring
- Monitoring en handhavingOnline & offline
- Vernieuwingen en registerwijzigingenVerlengingen & wijzigingen
- Merkstrategie & beheer
- IE-consultancyAudits, licenties, M&A
- MKB & Start-upsGerichte ondersteuning
- IE-consultancy
- Octrooien
- Oplossingen
- Contact
- Over Novagraaf
- Over Novagraaf
- Over NovagraafUw strategische partner in IE
- Missie & visieOnze IE-experts en specialisten
- Ons ManagementteamLeiding en governance per land
- KantorenOnze locaties in Europa
- Geschiedenis en mijlpalenMeer dan 135 jaar IE-ervaring
- Maatschappelijke betrokkenheidOnze maatschappelijke initiatieven
- Over Novagraaf
- Carrière
- Log in
- Over Novagraaf
- Over Novagraaf
- Over NovagraafUw strategische partner in IE
- Missie & visieOnze IE-experts en specialisten
- Ons ManagementteamLeiding en governance per land
- KantorenOnze locaties in Europa
- Geschiedenis en mijlpalenMeer dan 135 jaar IE-ervaring
- Maatschappelijke betrokkenheidOnze maatschappelijke initiatieven
- Over Novagraaf
- Carrière
- Log in

Een stem als merk: legt Mcconaughey AI het zwijgen op?
In januari 2026 verkreeg acteur Matthew Mcconaughey bij het United States Patent and Trademark Office (USPTO) een reeks merkregistraties, waaronder een opvallend geluidsmerk op zijn iconische uitspraak: “Alright, alright, alright.” De zin, voor het eerst uitgesproken in de film Dazed and Confused (1993), is inmiddels onlosmakelijk verbonden met zijn publieke persona.
Bijzonder aan deze registratie is dat zij niet alleen ziet op de woorden zelf, maar op de specifieke manier waarop Mcconaughey ze uitspreekt: zijn intonatie, ritme en stemgeluid. Met deze stap kiest hij een opvallende juridische route om zich te weren tegen ongeautoriseerd AI-gebruik van zijn stem. Zijn keuze om bescherming te zoeken in het merkenrecht roept een fundamentele vraag op: kan het merkenrecht een effectief wapen zijn tegen AI-stemimitaties?
AI-stemmen: een groeiend probleem
Mcconaughey’s zet komt niet uit de lucht vallen. AI-technologie kan stemmen steeds realistischer nabootsen. Met beperkte trainingsdata kan een model een stem genereren die nauwelijks van echt te onderscheiden is. Dit brengt voor beroemdheden, maar ook voor niet-publiek bekende personen, aanzienlijke risico’s met zich mee.
Een stem kan zonder toestemming worden ingezet in reclames, andere commerciële uitingen of politieke boodschappen. Dit kan leiden tot reputatieschade, misleiding van het publiek en verlies van commerciële waarde van de desbetreffende persoon. Het probleem is dat het bestaande juridische kader vooralsnog slechts beperkte bescherming biedt tegen dit soort praktijken.
Klassieke beschermingsgronden schieten tekort
Portretrecht
Hoewel je iemand kan herkennen aan zijn of haar stem, biedt het portretrecht uitsluitend bescherming aan de uiterlijke beeltenis van een persoon. Juridisch gezien is een stem geen portret en valt zij daarom niet onder deze beschermingsgrond.
Auteursrecht
Het auteursrecht biedt eveneens weinig houvast. Bescherming is voorbehouden aan creatieve werken met een oorspronkelijk karakter en een persoonlijk stempel van de maker. Een stemgeluid of korte uitspraak voldoet hier doorgaans niet aan. Bovendien vereist auteursrechtelijke handhaving meestal dat een bestaand werk wordt verveelvoudigd. AI-stemmen zijn vaak nieuwe creaties die slechts lijken op een bestaande stem, zonder dat een concrete opname wordt gekopieerd.
Wel wordt in verschillende landen gezocht naar oplossingen om het auteursrecht te laten rusten op iemands stem. In Denemarken ligt een wetvoorstel om mensen auteursrecht te geven op hun eigen lichaam, gezichtskenmerken en stem. Ook in Nederland wordt gewerkt aan soortgelijke voorstellen, maar hiervoor moet een grondslag worden gevonden in de Wet op de naburige rechten.
Europese grondrechten, privacywetgeving en AI-verordening
Dat klassieke intellectuele eigendomsrechten tekortschieten, betekent niet dat het stemgeluid volledig vogelvrij is. Binnen het Europees recht kunnen andere beschermingsmechanismen worden ingeroepen.
Zo kan ongeoorloofd gebruik van een stem een inbreuk vormen op het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (artikel 8 EVRM). Daartegenover staan echter fundamentele rechten van degene die de stem in gebruik neemt, zoals de vrijheid van meningsuiting (artikel 10 EVRM) en de artistieke vrijheid (artikel 13 EU-Handvest). Dit vereist een belangenafweging: alleen een voldoende zwaarwegend belang kan rechtvaardigen dat laatstgenoemde vrijheden worden beperkt.
Daarnaast kan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) relevant zijn, omdat een stem kan worden aangemerkt als biometrisch persoonsgegeven. Verwerking daarvan is in beginsel verboden zonder geldige grondslag. De AVG kent echter ruime uitzonderingen voor journalistieke, artistieke en literaire doeleinden, waardoor ook deze bescherming in de praktijk vaak beperkt is.
Ook de Europese AI-Act biedt onvoldoende bescherming. De verordening bevat regels voor transparantie en etikettering van AI-gegenereerde content, maar reguleert niet expliciet toestemming of zeggenschap bij het gebruik van stemmen.
Merkenrecht als alternatieve route
Tegen deze achtergrond is Mcconaughey’s keuze voor het merkenrecht goed te begrijpen. Door zijn kenmerkende uitspraak als geluidsmerk te registreren, plaatst hij zijn stemgebruik binnen een relatief strak en technisch juridisch kader. De vraag verschuift daarmee van “mag iemand mijn stem gebruiken?” naar “wordt mijn merk (onrechtmatig) gebruikt?”
Inbreuk op een geluidsmerk ontstaat wanneer een derde zonder toestemming een (vrijwel) identiek geluid gebruikt voor soortgelijke producten of diensten. Bij de beoordeling wordt gekeken naar de totaalindruk, waarbij de auditieve overeenstemming (hoe het geluid klinkt) centraal staat.
Dit moet vervolgens leiden tot verwarringsgevaar bij het publiek. Het publiek hoeft niet per se de indruk te hebben dat Mcconaughey de boodschap zelf heeft ingesproken; het kan voldoende zijn dat de indruk ontstaat dat het stemgeluid van hem afkomstig is of hen doet denken aan het geregistreerde merk.
Hoe sterk is dit wapen echt?
Het grote voordeel van het merkenrecht is de handhaafbaarheid. Anders dan bij privacy- of grondrechten is geen expliciete belangenafweging vereist. Tegelijkertijd kent het merkenrecht een ruime beschermingsomvang het specifieke, geregistreerde geluid wordt beschermd voor de waren en diensten waarvoor het merk is ingeschreven en conform de gebruiksverplichting wordt gebruikt en voor waren en diensten die daar soortgelijk aan zijn
Voordat een merkhouder rechten kan ontlenen aan een geluidsmerk, moet het uiteraard eerst worden geregistreerd. Het gebruik van een menselijke stem als geluidsmerk is in beginsel mogelijk, mits wordt voldaan aan de wettelijke criteria waar een geluidsmerk aan moet voldoen. De stem moet allereerst beschikken over voldoende onderscheidend vermogen: het moet de consument in staat stellen om de waren en of diensten van een bedrijf te herkennen en te onderscheiden van die van anderen. Een bekende stem, zoals die van Matthew McConaughey, kan daarbij helpen, mits het publiek de stem daadwerkelijk met hem of met een specifieke onderneming associeert.
Daarnaast moet de stem als geluidsmerk duidelijk en nauwkeurig kunnen worden weergeven, bijvoorbeeld in de vorm van een audiobestand. In de praktijk kan het echter lastig zijn om een stem als geluidsmerk te registreren. Een stem wordt doorgaans gezien als een natuurlijk en algemeen communicatiemiddel. Wanneer de stem niet voldoende afwijkt van gebruikelijke stemgeluiden, ontbreekt het vereiste onderscheidend vermogen. Zelfs bij bekende stemmen is het niet vanzelfsprekend dat het publiek deze als merk zal herkennen. Dit gebrek aan onderscheidend vermogen kan een registratie in de weg staan.
Wanneer een geluidsmerk- zoals ‘’Alright, alright, alright’- wél aan alle eisen voldoet en succesvol wordt geregistreerd, hangt de daadwerkelijke effectiviteit vervolgens in sterke mate af van hoe rechters de kernvragen beoordelen: is sprake van merkgebruik, bestaat er verwarringsgevaar en valt de AI-stem binnen de merkomschrijving en relevante waren en diensten?
Daarnaast roept AI nieuwe vragen op over de aansprakelijkheid en uiteindelijke handhaving: wie en of welke entiteit is de inbreukmaker en kun je aanspreken op het onrechtmatige gebruik van het merk? De ontwikkelaar van het model, de gebruiker of het platform dat de stem faciliteert? Het merkenrecht geeft daarop geen eenduidig antwoord.
Conclusie: slim, maar geen wondermiddel
Het registreren van een stem als geluidsmerk is een slimme en vernieuwende zet in de strijd tegen AI-stemimitatie. Het biedt een extra juridisch wapen waar traditionele beschermingsgronden tekortschieten. Tegelijkertijd is het geen waterdicht schild. De effectiviteit hangt in sterke mate af van hoe rechters de kernvragen beoordelen: is sprake van merkgebruik, bestaat er verwarringsgevaar en valt de AI-stem binnen de merkomschrijving?
Kortom: Mcconaughey heeft het juridische speelveld verbreed, maar de toekomst zal moeten uitwijzen in hoeverre het merkenrecht daadwerkelijk in staat is om een doeltreffende bescherming te bieden aan een geluidsmerk tegen ongeoorloofd gebruik van (AI)stemmen.
Geschreven door: Rosalie Huijgen, Novagraaf Nederland