EU-modelbescherming zet fast fashion op scherp
Een recente uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie verduidelijkt hoe de begrippen creatie en eigen karakter moeten worden toegepast binnen het EU-modellenrecht. Ericka Winogradsky schetst de achtergrond van de zaak en bespreekt de gevolgen voor houders van EU-modellen, in het bijzonder binnen de fast fashion-sector.
Op 18 december 2025 nam het Hof een prejudiciële beslissing in de zaak Deity Shoes, S.L. v Mundorama Confort, S.L. and Stay Design, S.L. In deze uitspraak bevestigt het Hof op heldere wijze de voorwaarden voor bescherming van Gemeenschapsmodellen (EU-modellen) op grond van Verordening (EG) nr. 6/2002. Daarbij maakt het Hof duidelijk dat er geen minimale creativiteitsdrempel geldt en licht het toe welke rol modetrends spelen bij de beoordeling van het eigen karakter.
Achtergrond van het geschil: personalisatie van bestaande ontwerpen
Deity Shoes claimt bescherming voor schoenontwerpen die zijn ontstaan door personalisatie van bestaande basismodellen uit catalogi van Chinese handelsbedrijven. Die personalisatie bestond onder meer uit het aanpassen van kleuren, materialen, gespen en veters, geselecteerd uit een vooraf door leveranciers vastgesteld keuzepalet.
In een inbreukprocedure tegen Mundorama Confort en Stay Design stelden deze partijen een reconventionele vordering tot nietigverklaring van de modelregistraties in. Volgens hen voldeden de modellen van Deity Shoes niet aan de vereisten van nieuwheid en eigen karakter, omdat zij slechts combinaties zouden zijn van reeds bestaande elementen zonder wezenlijke innovatie.
De verwijzende rechter wilde weten of een dergelijk ontwerpproces kan leiden tot een beschermbaar model en welke rol modetrends daarbij spelen, met name bij de beoordeling van de ontwerpvrijheid en het eigen karakter.
Beschermingsvoorwaarden: nieuwheid en eigen karakter, zonder creativiteitsdrempel
In antwoord op de eerste en derde prejudiciële vraag trekt het Hof een duidelijke lijn. Bescherming op grond van Verordening nr. 6/2002 is uitsluitend afhankelijk van het bestaan van nieuwheid en eigen karakter.
Het Hof stelt expliciet dat daarnaast geen aanvullende eis geldt, zoals een minimale mate van creativiteit of een bijzondere intellectuele inspanning. Daarmee onderstreept het Hof het onderscheid tussen het modellenrecht en het auteursrecht. Waar het auteursrecht ziet op originele werken die de persoonlijkheid van de maker weerspiegelen, is het modellenrecht bedoeld voor nieuwe en geïndividualiseerde voortbrengselen van utilitaire aard, vaak bestemd voor massaproductie.
De beoordeling van nieuwheid en eigen karakter vindt plaats aan de hand van een objectieve vergelijking tussen het betrokken model en het bestaande vormgevingserfgoed. De subjectieve creatieve inspanning van de ontwerper speelt daarbij geen rol. Ook het begrip ‘ontwerper’ in artikel 14 van de Verordening is uitsluitend relevant voor het vaststellen van het rechtsbeterschap en schept geen extra beschermingsvoorwaarde.
Eigen karakter: personalisatie en de invloed van modetrends
Het Hof gaat ook in op twee punten die met name relevant zijn voor de creatieve sectoren en fast fashion in het bijzonder.
Allereerst de personalisatie van bestaande ontwerpen. Dat een model voortkomt uit de aanpassing van een bestaand basisontwerp, bijvoorbeeld door het combineren van door leveranciers aangeboden onderdelen, staat op zichzelf niet in de weg aan het aannemen van eigen karakter. Doorslaggevend blijft de algemene indruk die het model wekt bij de geïnformeerde gebruiker. Ook een ontwerp dat is opgebouwd uit bekende elementen kan beschermd zijn, mits de combinatie daarvan een andere algemene indruk oplevert dan eerdere ontwerpen.
Daarnaast verduidelijkt het Hof de rol van modetrends. Modetrends kunnen de ontwerpvrijheid niet beperken op dezelfde wijze als technische of wettelijke vereisten. Trends zijn veranderlijk en niet bindend: de ontwerper kan ervoor kiezen deze te volgen, te negeren of juist te doorbreken.
Het bestaan van een trend rechtvaardigt dan ook niet dat geringe verschillen al voldoende zouden zijn om eigen karakter aan te nemen. Evenmin zijn trendgebonden kenmerken minder relevant bij de beoordeling van de algemene indruk. De geïnformeerde gebruiker beschikt immers over een hoge mate van oplettendheid en een gedegen kennis van de sector, inclusief geldende trends. Die kennis maakt hem of haar juist kritischer voor details.
De beoordeling van het eigen karakter vereist een globale vergelijking, los van esthetische, commerciële of populariteitsoverwegingen.
Betekenis van deze EU fast fashion-uitspraak
Deze uitspraak brengt duidelijkheid. Enerzijds bevestigt het Hof dat bedrijfsmodellen die zijn gebaseerd op personalisatie en het combineren van bestaande elementen – zoals gebruikelijk in fast fashion – kunnen leiden tot beschermbare EU-modellen. Anderzijds blijft het beschermingsniveau hoog, doordat modetrends niet worden aangemerkt als een factor die de drempel voor eigen karakter verlaagt.
Het Hof kiest daarmee voor een objectieve en strikte benadering, gericht op het eindresultaat en de perceptie daarvan door de geïnformeerde gebruiker, en niet op de intensiteit van het creatieve proces of de modegevoeligheid van het moment.
Wilt u meer weten over EU-modelbescherming en het beschermen en handhaven van modelrechten binnen de fast fashion-sector? Neem dan contact op met uw consultant bij Novagraaf of neem hieronder contact met ons op.
Ericka Winogradsky is Frans en Europees merken- en modelgemachtigde en werkzaam bij Novagraaf in Parijs.